In opdracht van de provincie Groningen onderzochten we het effect van kleine windturbines op de verschillende Groninger landschapstypen. De provincie wilde een evaluatie van de pilotprojecten die gestart zijn in het kader van mogelijke beleidswijziging. Daarnaast werd gevraagd om scenario-onderzoek naar de effecten van toename van het aantal windmolens op het landschap, bij zowel het huidige beleid als het pilotbeleid. Omdat in sommige landschapstypen nog geen kleine windturbines voorkomen is in het scenario-onderzoek gebruikt gemaakt van animatiefilms en visualisaties.

Onderzoek op locatie

De gerealiseerde pilotprojecten die we hebben geëvalueerd bevinden zich in de Overschild, Paddepoel, Schilligeham, Steendam, Winsum en Wirdum. De pilotprojecten zijn onder te verdelen in drie manieren van plaatsing: op een erf, aan de dorpsrand en vrij in het landschap. We onderzochten de effecten op het niveau van de kavel, de directe omgeving en het landschapstype. Per project maakten we een evaluatie in woord en beeld. Daarnaast leverden we een algemene rapportage over de impact van de pilots.

Scenario-onderzoek

In het scenario-onderzoek naar het laadvermogen van de zeven verschillende Groninger landschapstypen onderzochten we per landschapstype een groot aantal variabelen: effecten van toename bij huidig beleid; effecten van toename bij voortzetting pilotbeleid; effecten bij diverse groeiscenario’s; en de effecten van diverse manieren van groeperen op erven, aan dorpsranden en vrij in het landschap. Ook hier onderzochten we de effecten op kavelniveau, omgevingsniveau en landschapsniveau. Ook in het scenario-onderzoek maakten we een evaluatie per landschapstype en een algemene evaluatie van de diverse manieren van inpassen, inclusief risicos en aanbevelingen.

Animaties

Om de effecten zo nauwkeurig mogelijk te kunnen inschatten maakten we samen met animatiestudio Bigpixel een slimme, realistische vertaling van de diverse landschapstypen. Naast visualisaties van tegels op basis van de scenario’s maakten we animatiefilms vanuit realistische bewegende standpunten. Zo konden we het effect op de beleving van wandelaars, fietsers, autorijders en dorpsbewoners zo dicht mogelijk benaderen.